Geschiedenis en toekomst

De Drents - Groningse Veenkoloniën vormen een uniek gebied. Sinds de 15e eeuw is met de hand veen afgegraven en is een overzichtelijk en vlak landschap ontstaan. Het gebied biedt rust en ruimte, is schoon en heeft een grote cultuurhistorische waarde. Door hard te werken onder zware en sterk wisselende omstandigheden, hebben de inwoners samen een bestaan opgebouwd. De sociale verbanden zijn dan ook erg sterk. Er heerst nog steeds een mentaliteit van pionieren en aanpakken, een uitstekende basis voor ontwikkelingen.

 

Commissie Hoekstra

Op verzoek van de minster van LNV onderzocht de commissie Structuurversterking Veenkoloniën (commissie-Hoekstra) in 2001 de problemen in de Veenkoloniën. Dat waren er drie:

  • eenzijdigheid,
  • afhankelijkheid en
  • een negatief imago.

Zowel de economie als het landschap zijn eenzijdig. De economie van de regio drijft grotendeels op de fabrieksaardappel en de suikerbiet en is daarmee erg afhankelijk van subsidies uit Brussel. De scholingsgraad is over het algemeen laag en er bestaat veel gesubsidieerde arbeid. Het negatieve imago is voor het grootste deel het gevolg van de eenzijdigheid en de afhankelijkheid. Als die zal worden aangepakt, zal ook het imago verbeteren.

 

De Agenda

Het antwoord op het advies van de commissie Hoekstra is de Agenda voor de Veenkoloniën. De Agenda omvat een aantal economische, sociale en fysieke maatregelen, die zijn vertaald in, in eerste instantie, tien Agendapunten. Deze Agenda was de basis voor negen Drentse en Groninger gemeenten, de provincies Drenthe en Groningen en twee waterschappen om samen de krachten te bundelen voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Als startpunt hebben deze organisaties een intentieverklaring getekend.

 

 

2003 - 2005

Voor de uitvoering van de Agenda bestaat sinds 2003 het projectbureau Agenda voor de Veenkoloniën. Sindsdien zijn op basis van de Agenda projecten ontwikkeld en uitgevoerd. In totaal was de Agenda van 2003 tot 2005 meer of minder betrokken bij 34 uitvoeringsprojecten in de Veenkoloniën.

In mei 2005 is het samenwerkingsverband ‘Agenda voor de Veenkoloniën’ geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie, heeft de stuurgroep besloten de samenwerking voort te zetten. Uit het evaluatierapport blijkt dat de Agenda zijn meerwaarde heeft bewezen en tot een aantal positieve resultaten voor het gebied heeft geleid. Vooral de goede bestuurlijke samenwerking en de gezamenlijke ambitie om de Veenkoloniën als gebied “op de kaart te zetten” blijken hierbij van grote waarde.

 

2006 - 2008

Uitwerking van de aanbevelingen uit de evaluatie heeft geleid tot het terugbrengen van het aantal Agendapunten van tien naar zeven. Aan die zeven Agendapunten zijn achttien uitvoeringsprojecten gekoppeld. Voor het overgrote deel zijn dit projecten, die op korte termijn resultaat laten zien, met veel nadruk op sociale en economische ontwikkelingen.

Alle partners hebben ingestemd met meerjarige financiële afspraken, het benoemen van portefeuillehouders per project en met zakelijke projectopdrachten. In deze projectopdrachten wordt per project vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. 

 

2008 - 2012

In april van 2007 heeft de Stuurgroep van de Agenda wederom een evaluatie uitgevoerd. De uitkomst van deze evaluatie was dat de Agenda had bewezen een waardevolle aanvulling te zijn op de uitvoering van gebeidsgebonden projecten in de Veenkoloniën. Samen met experts is begin 2008 het nieuwe Gebiedsprogramma gepresenteerd voor de jaren 2008 tot 2012.

 

2012 - 2014

De Stuurgroep heeft aangegeven de samenwerking in het gebied te willen continueren. Belangrijkste reden hiervoor is dat nog steeds de noodzaak wordt erkend om op een aantal essentiële punten de krachten in de Veenkoloniën te bundelen en daarmee de komende tijd kansen te benutten voor de sociaal-economische versterking van het gebied. Alleen gezamenlijk kan massa en schaal worden gecreëerd om het gebied voor een aantal essentiële thema’s op de kaart te zetten. De Stuurgroep is doordrongen van het feit dat meer dan in het verleden de aandacht uitgaat naar onderwerpen die een regionaal karakter kennen en daarmee de gemeente- en provinciegrens overschrijden. Naast deze tendens spelen bezuinigingen en een terugtredende overheid een rol bij de invulling van de nieuwe samenwerkingsperiode.

Gelet op de resultaten van de afgelopen jaren en de beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen op noordelijke, nationale en ook Europese schaal wil de Stuurgroep de komende periode prioriteit geven aan het thema landbouw in nauwe samenhang met de thema's water en energie. Met name op het snijvlak van deze thema's zien wij kansen voor vernieuwing en innovatie. Het veranderende Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) biedt mogelijkheden om concrete projecten met een innovatief gehalte te initiëren/stimuleren. Zo liggen er op het snijvlak van natuur en landbouw bijvoorbeeld duidelijk kansen.

Bij deze ambitie is onze aanpak gericht op: - de ontwikkeling van een sterk netwerk; - het boeken van aansprekende projectresultaten in nauw overleg en samenwerking met andere gebiedspartners.

De Stuurgroep kiest in eerste instantie voor een samenwerkingsperiode van twee jaar (2012- 2014) om aan deze ambities inhoud en vorm te geven. Essentieel is dat de belangrijkste stakeholders in het gebied na twee jaar de meerwaarde zien van het functioneren van de Agenda. Het evalueren van de stand van zaken na twee jaar is dan ook een belangrijk moment om naar toe te werken