Boerenexperimenten in de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt.

Subsidie voor boeren die overstappen op natuurinclusieve landbouw.

Boeren die willen overstappen op een meer natuurinclusieve landbouw in de Drents-Groningse Veenkoloniën, Westerwolde of Oldambt, kunnen hiervoor subsidie aanvragen. Natuurinclusieve landbouw is een manier van landbouw waarbij boeren oog hebben voor de natuur en biodiversiteit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een idee of experiment voor een nieuwe teelttechniek, strokenteelt in combinatie met innovatie, het benutten van overgebleven hoekjes land voor kruidenranden of het lokaal verkopen van producten. Er is maximaal € 25.000 subsidie beschikbaar. Aanvragen kan tot en met 31 december 2021 via de website www.regiodealnatuurinclusievelandbouw.nl.

Vernieuwende ideeën

Boeren hebben vaak zelf al ideeën over hoe zij de natuur rond hun bedrijf kunnen versterken. Ze zien vanuit hun eigen ervaringen op het boerenerf  mogelijkheden voor de toekomst. Zo experimenteren ze  bijvoorbeeld al met een manier van telen of nemen ze al natuurinclusieve maatregelen in hun bedrijf. De subsidieregeling Boerenexperimenten kan deze experimenten verder brengen. Ook kan het boeren inspireren om met nieuwe ideeën over natuurinclusieve landbouw te komen. Voorwaarde is dat het gaat om vernieuwende ideeën van twee of meer boeren in de Veenkoloniën, Westerwolde of het Oldambt, al dan niet samen met terreinbeheerders of andere partijen.

Actieplannen

De ideeën moeten aansluiten bij de streefbeelden en actieplannen voor de Veenkoloniën, Westerwolde en het Oldambt, die samen met betrokkenen zijn opgesteld. Omdat deze gebieden onderling verschillen in landbouw, landschap en biodiversiteit, is vorig jaar onder regie van de Agenda voor de Veenkoloniën per gebied een streefbeeld voor 2030 bepaald. In de actieplannen is een route uitgestippeld voor landbouw die winstgevend, bijdraagt aan de biodiversiteit en vruchtbaarheid van de bodem en zorgt voor een leefbaar platteland.

Vier experimenten

Vier groepen boeren in de Veenkoloniën, Westerwolde en het Oldambt, die experimenteren met natuurinclusieve landbouw, kregen hiervoor onlangs een bijdrage uit de Regio Deal Natuurinclusieve landbouw. Het gaat om experimenten met strokenteelt, het verbouwen van boekweit, experimenten voor een gezonde bodem en natuurinclusieve maïsteelt. Boeren in deze drie gebieden kunnen voor dergelijke vernieuwende experimenten sinds 1 februari subsidie aanvragen

Strokenteelt in de Veenkoloniën

De drie ondernemers Dun, Prins en Bolderdijk uit de Veenkoloniën ontdekten dat ze eenzelfde kijk
hebben op problemen met bodemverdichting en de teruggang van biodiversiteit en bundelden hun krachten. Alle drie wilden ze ontdekken of en hoe strokenteelt als teeltsysteem een manier kan zijn om beter met deze problemen om te gaan. Bij strokenteelt worden meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld. Vorig jaar hebben ze daar al mee geëxperimenteerd door op alle drie de bedrijven een proef in stroken aan te leggen. Daarbij zijn ze elk met een onderwerp aan de slag gegaan.

Prins richtte zich op het gebruik van een beregeningsboom om zuiniger om te gaan met water en natuurlijke plaagbestrijding door wortels en uien naast elkaar te verbouwen. Dun richtte zich op het beperken van stuifschade door stroken met gewassen die vroeg opkomen naast stroken die stuifgevoelig zijn te plaatsen en op natuurlijke plaagbestrijding door bloemenstroken om de bonen te zaaien. Bolderdijk richtte zich op minder afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen, door een aantrekkelijke omgeving voor nuttige insecten en door stroken als quarantainebuffers voor ziekteverspreiding aan te leggen op het perceel.

Na dit eerste jaar van experimenteren bleek dat strokenteelt zeker kansen biedt, maar dat veel extra tijd opging aan praktische zaken zoals het uitmeten en inrichten van de stroken. Verschillende gewassen naast elkaar zaaien is niet moeilijk, maar de vervolgbewerkingen moeten ook kloppen tot en met de oogst aan toe. Met behulp van de subsidie uit de Regio Deal kunnen de heren de meerwaarde van strokenteelt op Veenkoloniale grond goed toetsen en hun ervaringen onderling en met andere geïnteresseerden delen. 

Boekweit 

Een groep van circa 10 akkerbouwers in Westerwolde werkt samen aan het verbouwen, verwerken en verkopen van boekweit. Met een bijdrage uit de Regio Deal willen ze boekweit vast onderdeel van het bouwplan in en rond natuurgebieden in Westerwolde maken. Boekweit heeft namelijk een positief effect op de biodiversiteit (wilde bijen) en het landschap. 

Er is veel mogelijk met boekweit. Er kan grutten, meel, pannenkoekenmix, vlokken, gepofte boekweit, crackers, honing en jenever van worden gemaakt. De doppen worden gebruikt voor boekweitkussens. De teelt gebeurt ‘kleinschalig’ en voornamelijk op terreinen die gepacht worden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Groninger Landschap. Gezien de huidige import van boekweit biedt dit gewas kansen om het areaal in Nederland verder uit te breiden. 

Een weerbare bodem

Akkerbouwer Jansema uit Sellingen wil in samenwerking met agrarisch groothandel Schuitema door middel van verschillende experimenten uitzoeken of meer vocht kan worden vastgehouden in de bodem. Door tijdens het poten op een andere manier de bodem te bewerken, willen ze meststoffen beter benutten. De akkerbouwer zoekt de oplossing in een weerbare bodem met voldoende bodemleven. Daarnaast probeert hij bij de gewasbescherming zoveel mogelijk gebruik te maken van natuurlijke vijanden. Jansema experimenteert daarnaast met verschillende groenbemesters en ziet hij het bodemleven toenemen. Om zijn ervaringen met anderen te delen, organiseert Jansema tijdens het groeiseizoen samen met de landbouwvereniging een veldbijeenkomst. In de winter wil hij de resultaten terugkoppelen in een winterlezing bij de landbouwvereniging. Lees meer hierover in een interview dat Jansema gaf in Nieuwe Oogst.

Natuurinclusieve maïsteelt

Melkveehouders Van Schot- Keizers en Eeltink-Elferink uit Oude Pekela en Aalbers uit Wedde experimenteren met natuurinclusieve maisteelt. Dit is een nieuwe vorm van maisteelt waarbij mais en stoksnijbonen gemengd worden geteeld. Dit moet leiden tot meer biodiversiteit en meer eiwit van eigen land. Mede door het feit dat er mogelijk door de vlinderbloemige stikstof wordt vastgelegd en weer wordt teruggegeven, betekent dit dat bemesting en kosten worden teruggebracht. De snijbonen in de peul zijn daarnaast zeer eiwitrijk. De verwachting is dan ook dat een voedermiddel kan worden geteeld dat een hoger eiwitpercentage heeft dan reguliere snijmais. Met dit experiment hopen de melkveehouders een vitalere bodem, planten en leefomgeving te realiseren. Verder wordt onderzocht wat de effecten zijn op het voerrantsoen en of hier een kostenbesparing mogelijk is.  

Datum 22 september 2021 Peter Gelling