Bezoek delegatie ministerie LNV

Gerard Hoekzema (PPO Valthermond) geeft uitleg…

Woensdag 8 juni kwam er een delegatie van het ministerie van LNV op bezoek in Valthermond. Het doel van de bijeenkomst was om met elkaar te kijken hoe de plannen voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) uitwerken binnen de Veenkolonien. Niet alleen in woorden maar ook in beelden werden de medewerkers van LNV, maar ook die van de provincies Groningen en Drenthe, meegenomen.

Theorie en praktijk

Gezamenlijk werd geconstateerd dat het voor LNV een enorme klus is om op 1 juli Europa te overtuigen dat het Nationaal Strategisch Plan (NSP) voldoende waarborgen heeft om in Nederland te voldoen aan het GLB. Binnen LNV wordt er hard gewerkt om het klaar te krijgen waarbij, door de aanwezigen, de nadruk werd gelegd hoe dit praktisch uitpakt in de Veenkolonien.

Tijdspad

Dat theorie en praktijk niet op elkaar aansluient werd pijnlijk duidelijk toen, op basis van een tijdlijn, naar voren kwam dat binnen een Veenkoloniaal bouwplan verschillende keuzes gemaakt moeten worden terwijl de GLB-regels die (nog) niet duidelijk zijn. Ook het feit dat, met het nieuwe GLB, het verdienvermogen in de Veenkolonien nog meer onder druk komt te staan werd daarbij benadrukt. Groen doen als je rood staat geldt daarbij niet alleen voor de individuele boer maar zeker ook voor de ketenpartijen rondom de Veenkoloniale boer. Het was dan ook goed dat naast praktiserende boeren ook een vertegenwoordiging van Avebe aanwezig was.

Eiwitgewas

Binnen het GLB-team van LNV, onder aanvoering van directeur GLB Annemiek Hautvast, wordt nog flink gepuzzeld hoe ervoor gezorgd wordt dat, ook binnen het Veenkoloniale bouwplan, de Eco-regeling meerwaarde biedt. Blij waren de aanwezigen met de opmerking dat LNV ernaar streeft dat voor een “gemiddelde” boer het zilver-niveau haalbaar is. Zorgen namen toe toen het eiwitgewas zetmeelaardappelen niet op het vizier van LNV stond. Daar ligt zeker nog een uitdaging voor het gebied om dit beter bij LNV onder de aandacht te brengen.

Tussen de buien door

Dat de praktijk weerbarstig is en de natuur zich niet laat sturen werd duidelijk toen we klokslag drie uur, door de bedrijfsleider Gerard Hoekzema van PPO Valthermond, mee werden genomen in het veld. Tussen flinke regenbuien zagen we dat na veldbonen de suikerbieten niet echt willen groeien. Ook het feit dat het “natuurverschijnsel kraaien” de maisteelt geen goed doet en een alternatief gewas als de Russische paardenbloem, voor de productie van natuurrubber, moeite heeft met de opkomst, liet zien dat er nog veel uitdagingen zijn. Duidelijk kwam in zijn verhaal naar voren dat een goed groeiend gewas de meeste potentie biedt voor een duurzame teelt.

Volop uitdagingen

De bijeenkomst werd afgesloten met de conclusie dat zowel voor de Veenkolonien als voor LNV en de provincies er nog een enorme uitdaging is om de komende jaren een goede invulling te geven aan het GLB. Daarbij is het belangrijk om elkaar te blijven informeren en is een vervolgafspraak voor dit najaar gemaakt. Het blijven informeren geldt niet alleen voor een select gezelschap op een woensdagmiddag. Op de bijeenkomsten over het nieuwe GLB in Groningen en Drenthe kunt u als Veenkoloniale Boer ook kennis nemen van de impact van het nieuwe GLB op uw bedrijf. Dus noteer alvast in uw agenda, 4 en 5 juli in Drenthe en 5,12 en 14 juli in Groningen. Meer informatie kunt u vinden op de site van Toekomstig GLB

Datum 29 juni 2022 Peter Gelling

Bezoek aan voorloperproject Midwolder Bouwten

Raymond Klaassen (RUG) geeft uitleg over resultaten…

16 juni brachten Groninger raads- en Statenleden en belangstellenden vanuit het Groninger Landschap, agrarisch collectief, kennis- en onderwijsinstellingen en deelnemende boeren een bezoek aan de Midwolder Bouwten bij Midwolda. 

De Midwolder Bouwten is een meerjarige pilot waarin boeren, Stichting Het Groninger Landschap, kennisinstellingen en overheid samenwerken om kennis op te doen over de effecten van natuurinclusieve maatregelen. Het gaat hierbij om niet-kerende grondbewerking, bouwplan 1:5, akkerranden/struweel op bodem, biodiversiteit en bedrijfsvoering. De tussentijdse conclusie is dat de maatregelen al snel resultaten laten zien op het vlak van biodiversiteit en meer soorten loopkevers. Meer diversiteit is een indicator voor een rijker ecosysteem dat leidt tot meer natuurlijke plaagbestrijders. Pluspunten in de aanpak zijn de brede projectgroep waarin flexibel gekeken wordt naar situaties die zich voordoen en naar oplossingen wordt gezocht. 

Jaap Dun vertelt…

Akkerbouwer Jaap Dun gaf een toelichting op het experiment van drie samenwerkende akkerbouwers (2 gangbaar en 1 biologisch) rond strokenteelt gericht op beregening, verrijdbare zonnepanelen en combinatie gewassen voor biologische plaagbestrijding. Al 70 boeren zijn langs geweest om te leren van deze experimenten. Twee bedrijven hebben nu de status van demobedrijf waarmee ze het experiment kunnen doorzetten en nog beter kennis met andere boeren kunnen delen.

Datum 29 juni 2022 Peter Gelling

Excursie voorloperproject Achterste Diep

15 juni jl. stond er tijdens de themamaand van de natuurinclusieve landbouw een excursie naar het pilotproject ‘Natuurinclusieve landbouw Achterste Diep’ op het programma. Circa 20 vertegenwoordigers vanuit ministerie, collectieven, LTO en overheid uit Fryslân, Groningen en Drenthe kregen een inkijk in het proces rond deze innovatieve gebiedsaanpak. Willem Tjebbe Oostenbrink van Prolander gaf een toelichting op het proces. Met boeren zijn keukentafelgesprekken gevoerd over de opgave om water langer in het gebied te houden door het Achterste Diep te laten meanderen. Samen met boeren worden maatregelen voor natuurinclusieve landbouw genomen en gemonitord. Na deze toelichting was er een veldbezoek met toelichting door Joop van Duijnhoven van Agrarische Natuur Drenthe.

Het Achterste Diep ligt tussen Buinen en Drouwenerveen. Als onderdeel van het Hunzedal is het de natuurlijke verbindingszone tussen het bovenstroomse Lofargebied en het benedenstroomse gebied de Branden. Vanuit de Regio Deal loopt hier een gebiedsproces waarbij boeren nieuwe manieren van landbouw verkennen. Deze natuurinclusieve landbouw gaat uit van een manier van boeren waarbij oog is voor de natuur. Terwijl de Hunze langzaamaan zijn oorspronkelijke, kronkelende weg door het landschap weer begint te vinden, komt er rondom de beek steeds meer natuur terug. Die natuur is hard nodig om de biodiversiteit in het gebied te verbeteren, maar heeft ook ruimte nodig op grond die nu van boeren is.

Datum 29 juni 2022 Peter Gelling

Interview met Ine Sturkenboom, Practor natuurinclusieve landbouw bij Terra

Ine Sturkenboom

Ine is sinds eind 2020 Practor Natuurinclusieve Landbouw bij Terra. Terra is een opleidingscentrum dat Praktijkonderwijs, vmbo-groen, het Groene Lyceum, mbo en volwassenenonderwijs (TerraNext) aanbiedt in de provincies Drenthe, Groningen en Friesland. Hun opleidingen hebben een ‘groen karakter’, wat inhoudt dat de opleidingen te maken hebben met groen, voeding, dier, natuur & milieu.

Wat is dan precies een Practor?

Een practor is een boegbeeld, inspirator en/of motor van een practoraat. Als practor ben je verantwoordelijk voor de ontwikkeling, toepassing en verspreiding van kennis, zowel intern als extern. Ook praktijkgericht onderzoek en het professionaliseren van docenten zijn belangrijke taken.

Nou dat klinkt dat allemaal heel erg mooi. Maar, om te weten te komen wie Ine is, een aantal vragen:

In welke relatie sta je tot Agenda voor de Veenkolonien / Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw?

Ik ben verbonden als kennismanager aan de Agenda voor de Veenkolonien en tevens lid van het kennisconsortium van de Regio Deal NIL.

De samenwerking dateert al van jaren terug m.b.t. ontwikkelingen in raakvlak onderwijs en landbouw. Wij willen jongeren niet alleen opleiden in puur het onderwijs, in kennis en vaardigheden, maar hen daarnaast wegwijs willen maken in de beroepsgroep en in maatschappij als geheel.

Wat zou je graag willen bereiken op het gebied van Natuurinclusieve Landbouw?

Wel, dat is eigenlijk wel heel erg veel. Maar vooral, denk ik dat we onze innovatiekracht in de landbouw moeten vasthouden. NIL landbouw betekent dat we voedselproduceren en landschap beheren waarbij we onze bron (bodem, water, atmosfeer) kwalitatief en dus biodivers versterken. Biodiversiteit betekent namelijk dat de diversiteit aan  bacteriën, schimmels, planten en dieren gezamenlijk elkaar versterken.

Door biodivers te boeren krijg je een meer veerkrachtig, natuurlijker landbouwsysteem.

De landbouw is een sector die altijd uitdagingen en kansen heeft omarmd. Ook nu, terwijl we staan voor heel andere, erg pittige en zware uitdagingen.

Wat ik graag wil bereiken is dat de mooie sector, die al sinds lang verantwoordelijk is voor onze voedselvoorziening, nieuwe methoden omarmd om juist een onderdeel van de oplossing te zijn voor uitdagingen waar we voor staan. Dat de landbouw ook de diversiteit van productiesystemen omarmd. Een paar voorbeelden: tenslotte zijn gangbare teeltsystemen aan het oprekken naar meerdere gewassen, gewassen door elkaar, we krijgen ervaring met regeneratieve landbouw, strokenteelt, samenwerking akkerbouw/ veehouderij, biologisch (dynamisch), stadslandbouw, verticale landbouw, pixelteelt, landbouw met natuurgebieden, etc. etc.

De ontwikkelkracht, waar we sterk in zijn, moeten we gebruiken om een weg te vinden zodat we kunnen vasthouden aan een voedselproductie waarbij we goed zijn voor de natuur, dat we in staat zijn nutriënten uit de natuur weer terug te brengen naar de bodem, waardoor onze voedselproductie op kracht blijft. Een belangrijke focus daarbij is natuurlijk een eerlijk verdienmodel op korte termijn maar zeker ook op de lange termijn.

Vanuit het onderwijs bezien, proberen we te werken aan aankomende agrariërs die in staat zijn te kijken naar de kansen en de mogelijkheden die er liggen, die hun kansen zelf creëren en daar zelf een goed vervolg aan geven. Binnen Terra hebben we daarvoor het onderwijsconcept “ondernemend leren” omarmd. Dat gaat over het zien en creëren van kansen en deze omzetten in waarde voor anderen. Deze waarde kan financieel, cultureel, sociaal en/of ecologisch zijn.

De agrariër zit in een systeem. Alle partijen in dat systeem dienen bij te dragen aan een goede toekomst. Dat doet Terra niet alleen. Een onderdeel van mijn werk is ook dat ik programma manager ben van de Green Deal Natuurinclusieve Landbouw Groen Onderwijs waarbij 25 organisaties (waar in ieder geval geheel groen onderwijs deel van uitmaakt naast ministeries en (semi)bedrijfsleven zoals NAJK) met elkaar afgesproken hebben natuurinclusieve landbouw breed in het groen onderwijs te laden.

Zo, dat is een uitgebreid antwoord! Het maakt daarmee ook duidelijk, denk ik, dat de ambities in het onderwijs – en ook de mijne – groot zijn en dat we ervoor willen gaan!

Waardoor raak je geïnspireerd waar het gaat om natuurinclusieve landbouw?

Met name boeren zelf inspireren mij. Ik ervaar hen als mensen die vanuit een visie werken. Mensen die niet alleen maar gericht zijn op financiën en producten, maar die daarnaast juist een oog hebben voor de bron, de bodem. Zij zijn bereid om risico’s te nemen, in financieel opzicht, maar ook in maatschappelijk en sociaal opzicht. Ik beschouw hen als ondernemers pur sang. Zij ondervinden weliswaar steun van elkaar, maar zij zijn toch in staat om zelf de beslissingen te maken, waarbij ze oog hebben voor generaties na hen. Daar heb ik erg veel respect voor.

Waarom of wanneer ga jij met plezier naar je werk?

Voor mij is de grootste uitdaging – en daar haal ik ook het meeste en grootste plezier uit – is jongeren mee te laten gaan in het zien van kansen en mogelijkheden. Dat ze zin hebben in het omgaan met groen. Tegenwoordig is men in het algemeen snel geneigd te kijken naar problemen en lastige zaken die eraan zitten te komen. Ik wil graag samen met onze studenten niet alleen kijken naar wat levert het op, maar hen begeleiden zodat ze in staat zijn te blijven kijken naar de omgeving waarin ze zitten, naar de natuur en de dieren, en de mogelijkheden die dat met zich mee brengt.

Dat zie ik overigens niet alleen bij onze studenten, maar dat tref ik ook aan ook bij collega’s en anderen in het werkveld en in het bedrijfsleven.

Om duidelijk te maken waar ik plezier uit haal een aantal voorbeelden:

Studenten zijn momenteel bezig met bodemmonsters en plantsappen in gewassen. Om met druppelirrigatie te onderzoeken wat het doet met het waterverbruik, maar ook wat er gebeurt met specifieke bemesting. Het doel daarvan is dat er een reductie is van zoetwatergebruik, bemesting waarbij er sprake is van emissie beperken.

Studenten kijken met agrariërs naar precisielandbouw, waarbij niet alleen gekeken wordt naar het egaliseren van de bodem, maar ook plaatsspecifiek vochttoeding, bemesting, inzet beschermingsmiddelen, etc. Nadenken over bijvoorbeeld verschillen in een perceel, hoe ga je om als landbouwer met die verschillen, nadenken over welke gewassen eventueel naast elkaar kunnen.

Studenten zoeken ook verbinding tussen natuur en burger. Ze organiseren evenementen waarbij boerderijen worden opengesteld om de burger kennis te laten maken met diezelfde boerderij. Hierbij kun je denken aan het houden van een mudrun.

Daarnaast zijn studenten van ons betrokken bij het wel en wee van korte ketens. Hoe verkleinen we de afstand van lokale teelten naar het lokale bord op tafel. Zo is het plan dat studenten andere leerlingen betrekken bij de teelt en arbeid op een boerderij waarbij studenten van Drenthe College op de boerderij met die producten en basisschool leerlingen gaan koken. Laten zien kortweg hoe de geassen worden geteeld en hoe vertaalt zich dat naar voedsel op het bord.

Studenten denken na over ander manier van wortelonkruidbestrijding. Het kijken naar inzetten van andere methoden om wortelonkruid tegen te gaan, bijvoorbeeld door graasdieren in te zetten bij het opruimen van kweek.

Hoe ziet de landbouw er wat jou betreft over 5 jaar uit?

Wie ben ik om dat te zeggen, ik denk wel dat de landbouw in de toekomst meer gevarieerd is.

Wel nog steeds robuust en voedselproductiegericht, maar ook samen met landschapsbeheer kijken naar natuur. Kijken naar het potentieel in andere vormen, onder andere agroforestry (agroforestry is een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige gewassen (meerjarige gewassen) gecombineerd worden met akkerbouw of groenteteelt) en variatie verder wordt benut. Verschillende vormen van landbouw naast elkaar, waarbij er oog is voor biodiversiteit.

Hoe besteed jij je vrije tijd het liefst

Ik geniet erg van het gezinsleven. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheden dat ik een klein stukje land heb waar ik koeien op kan houden. Daarnaast houd ik ervan om goed om me heen te kijken, om met mijn twee honden, Rhodesian Ridgebacks, de natuur in de trekken. Ik vindt het erg leuk om met anderen te kijken naar wat er in de omgeving gebeurt en daarover te verhalen naar elkaar.

Dat doe ik dus niet alleen op mijn werk, maar ook in mijn vrije tijd…

Wat wil je de lezers van de nieuwsbrief meegeven?

Met alle respect waar de agrarische sector zich in begeeft, ik zou graag willen blijven kijken naar alle mogelijkheden die er nog steeds zijn, dat we van onze eigen kracht uit blijven gaan, met alle innovatiekracht die we hebben. Dat we dat met zijn allen blijven vasthouden.

Maar ook dat we in staat blijven om van elkaar en met elkaar blijven leren naar hoe we het in de toekomst goed kunnen blijven doen. Dat we voedselproductie weten te laten samengaan met aandacht voor de natuur.

Leuk om even te bekijken:

BoerenNatuurweek: Samen bouwen aan kennis, tips vanuit het onderwijs – YouTube

Datum 29 juni 2022 Peter Gelling

Excursie projectgroep Groenblauwe dooradering /bermbeheer

Maandag 30 mei heeft de Agenda voor de Veenkoloniën een excursie georganiseerd.

Samen met de ANOG, gemeente Stadskanaal en waterschap Hunze en Aa’s werd er een programma verzorg met betrekking tot het thema groenblauwe dooradering.

In de streefbeelden, destijds opgesteld voor de Regio Deal natuurinclusieve Landbouw, werd dit benoemd als mogelijke aanpak om de biodiversiteit te doen vergroten. Groenblauwe dooradering is het geheel aan half natuurlijke landschapselementen, te denken valt aan bermen, sloten en boomwallen.

Uitleg van de gemeente Stadskanaal vond plaats over hoe zij op een aantal plekken over zijn gegaan naar een andere, meer natuurlijke wijze van bermbeheer.

Op het land van boer Berend Wilts werd verteld hoe hij, samen met ANOG, tracht met het inzaaien van bloemenmengsels, de sloten en taluds natuurinclusief te beheren.

Vervolgens gaf Waterschap Hunze en Aa’s uitleg over hun wijze van beheer van sloten en wijken, wat dit betekent voor biodiversiteit en waterafvoer.

Natuurlijk bermbeheer in Stadskanaal centrum
Op het land bij boer Berend Wilts

Datum 31 mei 2022 Peter Gelling

HOE ZIET HET BOERENBEDRIJF ER IN 2030 UIT?

Boeren uit drie gebieden (Kleischil, Veenweide en Westerkwartier) werken samen met Wageningen University aan toekomstbeelden voor natuurinclusieve melkveehouderij in hun gebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de methode backcasting, een manier om vanuit de toekomst terug te redeneren.

Open blik

„We hebben een ideaalbeeld van 2030 opgesteld en zijn vervolgens gaan brainstormen wat er voor nodig is om daar te komen”, zegt deelnemer Erik van der Velde uit Niehove, eigenaar van een biologisch melkveebedrijf met 120 koeien. „Ik zie het project als een open blik naar de toekomst, waarbij voor mij het denken in kansen voorop staat.”

„Uiteindelijk hebben we toegewerkt naar vier verschillende bedrijfsstijlen. Logisch, want de diversiteit in de sector wordt groter.” Daarnaast werd vooral gekeken naar de grote opgaven in de komende jaren: klimaatverandering, stikstof en een samenleving die er ook wat over wil zeggen. „Ik vond het al met al een ingewikkeld proces”, kijkt hij terug. “Het is nu aan een nieuwe groep boeren om met de uitgewerkte modellen aan de slag te gaan.”

Veranderingen

Kees Boon heeft samen met zijn vader een melkveebedrijf in Delfstrahuizen, middenin een veenweidegebied. „Een heel ander gebied als in Groningen”, geeft hij aan. „In tegenstelling tot de groep Groningen duurde het in Friesland wat langer voordat we vier modellen hadden uitgewerkt.” Ook hij spreekt van een ingewikkeld proces, „want de veranderingen volgen elkaar in snel tempo op.” Een ingrijpende verandering is het feit dat het waterpeil in het veenweidegebied is verhoogd. „Dat heeft de nodige consequenties voor ons bedrijf. De vraag hoe de ontwikkelingen er in de komende jaren uit gaan zien vind ik een lastige. We zijn daar nu al volop mee bezig. Het prikkelt ons ook, we zijn immers ook ondernemer.”

„Er zijn in dit gebied verschillende boerenbedrijven actief, van heel extensief tot heel intensief. Ik vind dat er voor iedereen die verder wil plaats moet zijn.” Boon spreekt van een leerzame periode. „Je krijgt in zo’n groep toch altijd weer andere inzichten. We gaan er denk ik zelf ook mee aan de slag en zijn nieuwsgierig of de uitgedachte modellen in de praktijk uitvoerbaar zijn.”

Uiteindelijk moet het allemaal leiden tot een landbouwsector die in 2030 bijdraagt aan biodiversiteit, bodemkwaliteit, leefbaarheid en het landschap. Een uitdaging die de deelnemende boeren in elk geval graag aangaan.

Met het ondertekenen van de Regio Deal Natuurinclusieve landbouw, eind 2019, stelden de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en het Rijk 20 miljoen euro beschikbaar, om tot en met 2024 in acht gebieden aan de slag te gaan met het verder toekomstbestendig maken van de landbouw. De gezamenlijke ambitie is om een duurzame, natuurinclusieve landbouw te realiseren. Landbouw die grondgebonden en circulair is, bijdraagt aan het herstel van de biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft én economisch rendeert. We doen dit vanuit het besef dat een omslag noodzakelijk is om de sector op de lange termijn gezond, levensvatbaar, concurrerend en rendabel te laten zijn. Hiermee willen we NoordNederland als koploper voor een duurzaam platteland op de kaart zetten. Dit pakken wij via een gebiedsgerichte aanpak op. Doel hiervan is om elke grondgebruiker of agrariër een handelingsperspectief te bieden om invulling te geven aan natuurinclusieve landbouw die past in dat gebied. Kijk voor meer informatie op: www.regiodealnatuurinclusievelandbouw.nl

Datum 21 april 2022 Peter Gelling

Bijeenkomst Boeren in het Oldambt met of zonder Duist

Dinsdag 19 april jongstleden is er een bijeenkomst ‘Boeren in het Oldambt, met of zonder duist’ georganiseerd geweest bij SPNA Ebelsheerd in Beerta.

Het betrof een themabijeenkomst over duistbestrijding, nu en in de toekomst.
Een groep van sprekers, ieder op hun gebied nauw betrokken bij (de toekomst van) duistbestrijding, is gevraagd te vertellen over hun belevingen.

Sprekers waren:

Bram Vervisch/Jonas Claeys (Inagro): Resultaten Vlaamse duistonderzoek

Jo Ottenheim (Nefyto): oorzaken en oplossingen voor het wegvallen van middelen voor gewasbescherming

Jaap Steenhuis-Geertsema (WPA-Robertus): visie op duistbestrijding

Patricia van Rijswick (SPNA): Resultaten BO onderzoek duistbestrijding en ervaringen niet-chemische duistbestrijding uit het buitenland.

Het doel van deze bijeenkomst was ook om suggesties op te halen waarmee het toekomstige duistonderzoek (met waarschijnlijk minder chemie) zo praktijkgericht mogelijk opgezet kan worden.

Datum 20 april 2022 Peter Gelling

Interview Fleur Norbruis, beleidsmedewerker Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Fleur Norbruis, beleidsmedewerker cluster Natuur en Samenleving bij het ministerie van LNV, is de eerste die onze interview reeks aftrapt.

In welke relatie sta je tot Agenda voor de Veenkolonien / Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw?

Als lid van het Regioteam Regiodeal Natuurinclusieve landbouw probeert Fleur samen met haar collega Christien Stoker de verbinding te leggen tussen het ministerie van LNV en het regioteam. De bedoeling is dat er over en weer vragen gesteld kunnen worden zodat de lijntjes tussen het ministerie en het werkveld kort zijn. Voor het ministerie is het belangrijk om zichzelf de vraag te stellen, is het beleid dat wij maken toereikend en haalbaar? Wat is nodig, doen we de goede dingen en doen we die goed? Fleur maakt inmiddels twee jaar deel uit van het regioteam en wat haar betreft kan en mag er nog meer gebruik van elkaar gemaakt worden Met wat er al is geleerd en toegepast in het noorden, doen we nu binnen LNV ons voordeel. Want gebiedsgericht werken is de grote interne veranderopgave binnen LNV. De opgaven om de stikstof uitstoot te verlagen, natuur en waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te herstellen, moeten in samenhang worden aangepakt. Ze zijn immers verschillend van aard en omvang per gebied (grondsoort, watersystemen, nabijheid N2000 gebieden, landschappelijke kwaliteit). En om recht te doen aan die verschillen is integraal en gebiedsgericht nodig, in goede balans met de sectorale/ketengerichte en ( inter-)nationale opgaven.

Wat zou je graag willen bereiken op het gebied van Natuurinclusieve Landbouw?

Fleur ziet graag dat natuurinclusieve landbouw straks geen niche meer is, maar dat dit gewoon een ontwikkelrichting is waarbij boeren de natuur weten te gebruiken in hun bedrijfsvoering en dat er een verdienmodel onder ligt.

Hoe ziet de landbouw er wat jou betreft over 5 jaar uit?

Over 5 jaar ziet zij de landbouw graag meer natuurinclusief, extensiever en met meer aandacht voor biodiversiteit. De natuur heeft erg geleden, kijk bijv. naar de bodem, als je deze weer in goede staat terugbrengt heb je minder problemen bij wateroverlast en droogte, heb je geen kunstmest en minder gewasbeschermingsmiddelen nodig. Het moet anders.

Je ziet nu al dat boeren die natuurinclusief gaan werken weer meer plezier in hun werk hebben.

Een belangrijke vraag aan Fleur is;  hoe krijg je boeren zover dat ze  meegaan in het natuurinclusief boeren? Je hebt altijd een aantal koplopers maar hoe betrek je de overige boeren?

Fleur ziet hier een grote rol weggelegd voor deze koploperboeren, zij kunnen laten zien wat zij doen en hoe zij het doen. Bijvoorbeeld op inspiratie en demonstratiebedrijven. Boeren leren vooral van andere boeren. Ook meer samenwerking en een grotere rol voor de agrarische collectieven kan helpen, zij hebben korte lijntjes naar de boeren. Fleur ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor coaches en contactpersonen die met boeren in gesprek gaan, wat zou de boer anders willen doen en hoe kan dit verwezenlijkt worden. Of binnen netwerken met een groep boeren nadenken over de toekomst. Uiteindelijk zit de boer zelf aan de knoppen. En beloon daar waar goede stappen worden gezet.

LNV ondersteunt allerlei initiatieven om natuurinclusieve landbouw te bevorderen. Een voorbeeld is de pilot “Land van waarde” waarbij de kern is gestapelde beloningen. De beloning voor de boer komt niet alleen uit het product. Als de bank minder rente regelt, de melkfabriek een paar cent meer per liter geeft en de verpachter een korting geeft op de pachtprijs van grond, draagt iedereen bij aan de investering van de boer in natuurinclusief werken..

Wie of wat inspireert jou hierin?

De overtuiging dat een verduurzaming van de landbouw noodzakelijk is. De afgelopen decennia was de landbouw gericht op productie en dat heeft grote gevolgen voor natuur en biodiversiteit gehad. Zij wordt vooral geïnspireerd door haar werkbezoeken aan boeren die bezig zijn met de verschillende stappen van natuurinclusieve landbouw. Boeren die natuur, landschap en milieu-impact meenemen in hun bedrijfsvoering.

Waarom of wanneer ga jij met plezier naar je werk?

Fleur gaat met plezier naar haar werk maar vond de coronaperiode moeilijk, het vele thuiswerken en minder kunnen samenwerken met collega’s was lastig, gelukkig konden bedrijfsbezoeken wel met enige regelmaat doorgaan, en kon ze daar energie uithalen. Zij ziet dat veel collega’s hun werk vooral doen vanuit kantoor maar vindt het zelf erg belangrijk om als ambtenaar erop uit te trekken, vanuit de praktijk zaken naar binnen trekken.

Hoe besteed jij je vrije tijd het liefst

In haar vrije tijd leest Fleur graag en is wandelen een grote hobby, vooral lange afstandswandelingen, zowel in Nederland als in het buitenland, zij is groot fan van Groot Brittannië.

Wat wil je de lezers van de nieuwsbrief meegeven?

De laatste vraag aan Fleur is wat zij de lezers van de nieuwsbrief mee wil geven.

Zij roept de lezers op vooral contact met haar op te nemen, zij wil uitstralen dat LNV geen ivoren toren is, maar makkelijk benaderbaar. Dus heb je ideeën, ben je het ergens niet mee eens, wil je LNV iets meegeven, neem contact met haar op.

Dit kan via k.f.norbruis@minlnv.nl

Datum 4 april 2022 Peter Gelling

Thema bodem in het Oldambt

Een goede bodem is een essentiële voorwaarde voor het functioneren van een landbouwbedrijf. De bodem is ook het minst zichtbare gedeelte van het bedrijf. Soms worden er bedrijfsmatige beslissingen genomen zonder de bodem er voldoende bij te betrekken of omdat de kennis doodgewoon ontbreekt. Daar willen we vanuit de Regio Deal meer aandacht aan geven.
Speciaal voor boeren in het Oldambt is een bodemleernetwerk opgezet met als doel:
• Agrariërs leren tijdens veldbijeenkomsten meer over hun eigen grond, krijgen inzicht in bodemvorming, bodemprocessen en passende maatregelen ( vruchtopvolging, gebruik “groene mest” of compost, groenbemesting, mechanisatie etc.)
• Agrariërs bestuderen op het eigen bedrijf het bodemprofiel, de bodemstructuur, de beworteling en het bodemleven. Er is binnen de groep financiële ruimte om zelf een experiment uit te voeren.
Het uiteindelijk doel is dat de boer ‘expert’ wordt op zijn eigen kavel. Het begint met leren waarnemen. Met daarbij uiteindelijk een gezondere en betere bodem die voor gezondere en meer
weerbare gewassen moeten gaan zorgen met daarbij een beter verdienmodel. Er is nog ruimte voor een boeren.
Voor meer informatie en/ of voor opgave kunt u terecht bij Harold Martens, tel: 06-31111893

Datum 22 maart 2022 Peter Gelling

Informatiebijeenkomst Pagediep

10 maart jongstleden heeft er in Smeerling een informatiebijeenkomst plaatsgevonden met betrekking tot eventuele ontwikkelmogelijkheden in de directe omgeving van het Pagediep.

Eigenaren/boeren van de aangrenzende percelen aan het Pagediep zijn voor deze bijeenkomst uitgenodigd om daarover van gedachten te wisselen.

Aanleiding

Gemeente Stadskanaal, Provincie Groningen en Waterschap Hunze en Aa’s hebben in 2019 een algemene verkenning laten doen naar eventuele toekomstige kansen voor het Pagediep-gebied. Uit deze verkenning blijkt dat het combineren van verschillende functies zoals landbouw, water, biodiversiteit en recreatie kan bijdragen aan het realiseren van gezamenlijke doelen bijvoorbeeld op het gebied van een gezonde bodem, voldoende en schoon water, duurzame energieopwekking, meer biodiversiteit en een aantrekkelijk woon- en recreatiegebied.

Vertraging door corona

Door de corona-pandemie had deze verkenning nog geen vervolg gekregen. Afgelopen zomer is door de betrokken bestuurders een fietstocht door het gebied gemaakt en is besproken hoe dit een vervolg zou kunnen krijgen. Algehele conclusie was dat het Pagediep veel kansen biedt om functies met elkaar te combineren.

Uitgangspunt

Belangrijk uitgangspunt daarbij is om voldoende perspectief voor de landbouw in het gebied te hebben en te houden. Daarom is besloten om nu als eerste stap met de landbouw in het gebied in gesprek te gaan.

Tijdens de bijeenkomst zijn de boeren geïnformeerd over de gedane verkenning. Wat voor beelden heeft het opgeleverd? En welke kansen zien de bestuurlijke partijen daarbij? Van de boeren werd gevraagd hoe zij vanuit hun bedrijf daar tegen aan kijken: kunnen deze gebiedskansen ook een bijdrage leveren aan de toekomstbestendigheid van hun bedrijf? En, zou u als boer in een vervolggesprek hierover willen doorspreken?

Vanaf een blanco pagina willen de bestuurlijke partijen samen met de boeren in het gebied kijken welke mogelijkheden en kansen er zijn.

Datum 15 maart 2022 Peter Gelling